#Democratie – Een tijdperk ten einde: de politieke erfenis die de Democratie der Nederlanden vormgaf

Een tijdperk ten einde: de politieke erfenis die de Democratie der Nederlanden vormgaf

Gwendell Mercelina, Jr.

Gwendell Mercelina, Jr. 

Former Member of the Parliament (MP) of Curaçao 2021-2025 |
Politician at People’s National Party (PNP) |
Entrepreneur, Creative Consultant, Philanthropist
G!NIUS | WE LEAD Foundation

Article content

Het recente, geconcentreerde verlies van Hans Wiegel (VVD), gisteren op 19 mei 2025 en Jan Terlouw (D66) op 16 mei 2025 maakte me bewust over andere prominente Nederlandse politici zoals Jaap van der Doef (PvdA) op 15 februari 2025, Frits Bolkestein (VVD) op 18 februari 2025, Frits Korthals Altes (VVD) op 20 februari 2025, en Hans van den Broek (CDA) op 22 februari 2025 – markeert meer dan een reeks droevige gebeurtenissen.

Het symboliseert het einde van een invloedrijk tijdperk, een periode waarin deze mannen, elk op hun eigen wijze, de contouren van de naoorlogse Nederlandse democratie en de verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden mede hebben gedefinieerd. Zij waren niet slechts politici; velen van hen kunnen met recht staatslieden genoemd worden, wier nalatenschap vragen oproept over continuïteit, verandering en de blijvende lessen die hun carrières bieden.

De snelle opeenvolging van hun heengaan dwingt tot een diepere, geconcentreerde reflectie op een specifieke politieke era en de collectieve impact van deze generatie. Dit momentum van verlies biedt een unieke gelegenheid, zowel voor Europees Nederland als voor ons van de Caribische delen van het Koninkrijk, om de fundamenten van het gedeelde democratische systeem te herwaarderen.

Het is een kans om te bezien wat is opgebouwd en welke lessen er voor de toekomst zijn. Deze politici waren immers actief in een periode waarin de directe herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de schaduwen van de Koude Oorlog nog vers waren, en de Europese integratie, met al haar beloften en complexiteiten, vorm kreeg. Hun politieke denken en handelen werd hierdoor onmiskenbaar beïnvloed. Hun vertrek markeert een verschuiving naar generaties zoals de mijne die deze vormende ervaringen minder direct hebben meegemaakt, wat implicaties kan hebben voor de benadering van het Europese project en de trans-Atlantische relaties, die ook voor het Koninkrijk als geheel van belang zijn.

Vanuit Curaçao, als politicus binnen dit Koninkrijk, is het een moment van persoonlijke bekentenis: een erkenning van de diepe studie en inspiratie die geput is uit de levens en het werk van deze figuren. Hun wijsheid, hun manier van politiek bedrijven, en de wijze waarop zij aan de wieg van hun partijen stonden, bieden een spiegel en een bron van lering voor de democratische ontwikkeling van Curaçao en het Koninkrijk als geheel. Deze column is dan ook een poging om hun betekenis te duiden, niet alleen voor Nederland, maar juist ook voor ons, de Caribische landen die hetzelfde democratische systeem delen en streven naar verdere democratische groei.

Article content

Onmiskenbare rol en nalatenschap

De generatie politici die ons recentelijk is ontvallen, vertegenwoordigde een brede waaier aan politieke overtuigingen en achtergronden, maar deelde een diepgaande betrokkenheid bij de publieke zaak. Hun carrières overspanden decennia en cruciale periodes in de Nederlandse en Koninkrijksgeschiedenis.

Article content

Hans Wiegel (VVD, 1941-2025), een VVD-icoon, transformeerde zijn partij en de Nederlandse politieke stijl. Als partijleider, vicepremier, minister van Binnenlandse Zaken en later als Commissaris van de Koningin in Friesland en Eerste Kamerlid, stond hij bekend om zijn vermogen de VVD te verbreden en zijn directe, vaak humoristische, mediatieke stijl. De meest bekende controverse is de Nacht van Wiegel in mei 1999. Als VVD-senator stemde hij, tegen de lijn van zijn partij en het tweede Paarse kabinet in, tegen een voorstel tot grondwetswijziging die een correctief referendum mogelijk moest maken. Zijn cruciale stem zorgde ervoor dat het voorstel de benodigde tweederdemeerderheid niet haalde, wat leidde tot een korte maar hevige kabinetscrisis. Dit incident toonde zijn bereidheid om op, in zijn ogen, principiële punten een eigen koers te varen, zelfs met grote politieke gevolgen. Eerder in zijn carrière, in 1981, was er een moment van publieke emotie toen hij tijdens een televisiedebat in tranen uitbarstte, een zeldzaamheid in de toenmalige Nederlandse politieke cultuur. Hans Wiegel groeide uit tot het Orakel van Diever. Vanuit zijn Friese woonplaats bleef hij een veelgevraagd en vaak kritisch commentator op het beleid van de VVD en de landspolitiek in het algemeen, wiens mening gewicht in de schaal legde.

Article content

Jan Terlouw (D66, 1931-2025) was een man van vele talenten: kernfysicus, gelauwerd kinderboekenschrijver en een politicus die D66 door woelige tijden loodste als politiek leider, vicepremier en minister van Economische Zaken. Zijn latere pleidooien voor vertrouwen in de samenleving, duurzaamheid en de rol van ratio in de politiek getuigden van een blijvende maatschappelijke betrokkenheid. Jan kende als D66-leider een periode van grote interne spanning toen de partij in 1974 bijna werd opgeheven. Zijn latere, uitgesproken kritiek op het verlies van maatschappelijk vertrouwen, de uitwassen van het neoliberalisme en de koers van politieke partijen, inclusief soms zijn eigen D66, kan door sommigen als controversieel of op zijn minst ongemakkelijk zijn ervaren. Jan Terlouw bleef tot op hoge leeftijd een gerespecteerd publiek intellectueel. Hij was een graag geziene spreker op D66-congressen en een invloedrijke stem in het maatschappelijk debat over themas als klimaatverandering, duurzaamheid en het herstel van vertrouwen.

Article content

Jaap van der Doef (PvdA, 1934-2025), geworteld in de vakbeweging, bracht een focus op sociale rechtvaardigheid en praktische politiek. Hij diende als Tweede Kamerlid, staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en was een gewaardeerd burgemeester van Vlissingen. Jaap van der Doef kende na zijn landelijke politieke carrière een langdurig en gewaardeerd burgemeesterschap in Vlissingen, en vervulde later nog de rol van waarnemend burgemeester in Almere, wat getuigt van een blijvende inzet voor het openbaar bestuur.

Article content

Frits Bolkestein (VVD, 1933-2025) was de intellectueel en scherpe debater binnen de VVD. Zijn loopbaan omvatte posities als staatssecretaris, minister van Defensie, VVD-fractievoorzitter en invloedrijk Europees Commissaris voor de Interne Markt. Hij drukte een onmiskenbaar stempel op het integratiedebat en speelde een significante rol in Europa. Hij stond bekend om zijn scherpe en soms provocerende uitspraken, die regelmatig tot controverse leidden. Zijn standpunten over immigratie, de integratie van minderheden en de islam waren vaak het middelpunt van fel debat, waarbij hij door critici van racisme werd beschuldigd – een aantijging die hij zelf altijd standvastig heeft ontkend. In 2010 ontstond ophef over zijn gepubliceerde uitspraken waarin hij stelde dat praktiserende Joden vanwege het antisemitisme onder bepaalde migrantengroepen geen toekomst zouden hebben in Nederland en beter konden emigreren. Dit leidde tot scherpe kritiek van onder meer het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Ook zijn felle oppositie tegen het VN-Migratiepact (Pact van Marrakesh) in 2018, wat volgens bronnen tot een ruzie met toenmalig premier Rutte leidde, illustreert zijn onverzettelijkheid. Frits Bolkestein zette zijn politieke activiteiten voort als Europees Commissaris en bleef daarna, als publicist, schrijver en spreker, een belangrijke en vaak uitgesproken stem in het Nederlandse en Europese publieke debat.

Article content

Frits Korthals Altes (VVD, 1931-2025), een jurist en bestuurder pur sang, diende de VVD en het land in diverse hoedanigheden: als partijvoorzitter, minister van Justitie, Tweede Kamerlid, en als de eerste liberale voorzitter van de Eerste Kamer sinds 1900, bekroond met de eretitel Minister van Staat. Zijn werk aan de versterking van de rechtsstaat was een constante in zijn carrière. Hij werd als minister van Justitie geconfronteerd met de gratieverlening aan de Twee van Breda en ernstige ontvoeringszaken, die politiek gevoelig lagen. Zijn stemgedrag in de Eerste Kamer in 2000, toen hij als een van de weinige VVD-senatoren tegen het wetsvoorstel stemde dat adoptie door gehuwde personen van hetzelfde geslacht mogelijk maakte, was ook een opvallend en voor sommigen controversieel standpunt.

Article content

Hans van den Broek (CDA, 1936-2025), de diplomaat van het gezelschap, was een sleutelfiguur in de Nederlandse buitenlandse politiek. Als Tweede Kamerlid, staatssecretaris en langjarig minister van Buitenlandse Zaken, en later als Europees Commissaris en Minister van Staat, speelde hij een cruciale rol in de Europese samenwerking, waaronder bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht. Berucht is de anekdote over zijn rivaliteit met de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher, tijdens een ministeriële bijeenkomst in Den Haag in 1991, waarbij Genscher er met de voor Van den Broek bestemde limousine vandoor zou zijn gegaan. Als Europees Commissaris werd hij soms beschuldigd van turf battles, waarbij hij poogde een sterke, bijna ministeriële rol te spelen in het buitenlandbeleid van de EU, wat niet altijd in goede aarde viel bij de lidstaten die hun competenties op dit terrein wilden behouden.

De diversiteit binnen deze generatie machthebbers is opvallend. Hoewel zij tot eenzelfde “tijdperk” behoorden, vertegenwoordigden deze mannen verschillende politieke stromingen – van sociaal-liberaal en progressief tot conservatief-liberaal, christendemocratisch en sociaaldemocratisch – en kwamen zij voort uit uiteenlopende maatschappelijke velden zoals de wetenschap, het bedrijfsleven, de vakbeweging en de advocatuur. Juist deze pluriformiteit binnen de toenmalige politieke elite was cruciaal voor de dynamiek, de tegenspraak en de checks-and-balances van de Nederlandse democratie. Voor de Caribische delen van het Koninkrijk, waar politieke landschappen wellicht anders gestructureerd zijn, roept dit de vraag op hoe een diverse maar tegelijkertijd coherente politieke klasse kan bijdragen aan democratische stabiliteit en effectief bestuur.

Een ander kenmerk van deze generatie was de vaak lange adem van hun politieke carrières. Velen van hen bekleedden decennialang diverse rollen in zowel de nationale als soms de Europese politiek, en bleven ook na hun formele afscheid invloedrijke figuren. Dit staat mogelijk in contrast met de politieke dynamiek op de eilanden, waar carrières soms korter of volatieler kunnen zijn. De vraag is wat deze duurzaamheid mogelijk maakte – institutionele stabiliteit, verankerde partijstructuren, persoonlijke kwaliteiten – en welke lessen hieruit te trekken zijn voor het opbouwen van bestendige politieke expertise en leiderschap in bijvoorbeeld Curaçao.

Article content

De Nederlandse politieke cultuur kent een traditie van ‘elder statesmen’ – voormalige politici die, soms met een formele titel als Minister van Staat, soms informeel als orakel of publiek intellectueel, invloed blijven uitoefenen. Dit veronderstelt een zekere mate van maatschappelijk respect voor ervaring en een publiek platform voor reflectie buiten de directe partijpolitieke arena. De vraag rijst of een vergelijkbare dynamiek bestaat of wenselijk is op de Caribische eilanden van het Koninkrijk. De politieke cultuur, de schaalgrootte, de aard van media en de soms meer directe en persoonlijke verhoudingen in de eilandpolitiek kunnen leiden tot een andere rol voor oud-politici. Mogelijk is de invloed daar vaker gekoppeld aan actuele netwerken en directe machtsuitoefening dan aan een meer afstandelijke, reflectieve rol. Het is een belangrijk verschil om te onderkennen wanneer men de lessen van Nederlandse politici probeert te vertalen naar de Caribische context.

De wijze waarop deze politici met controverses omgingen, roept de vraag op of het doorstaan van en vasthouden aan standpunten tijdens politieke stormen – mits gebaseerd op authentieke overtuiging – op de lange termijn kan bijdragen aan een duurzamere politieke nalatenschap. Dit in tegenstelling tot het voortdurend zoeken naar het compromis of het vermijden van moeilijke onderwerpen. Voor politici in elke context, inclusief Curaçao, kan dit een reflectiepunt zijn over politieke moed, de perceptie daarvan door het electoraat, en de uiteindelijke impact op de geschiedschrijving.

Article content

De Nederlandse erfenis en de Caribische spiegel

Als politicus van Curaçao, diep geworteld in het Koninkrijk, is het overlijden van deze generatie Nederlandse staatslieden aanleiding tot een persoonlijke bekentenis. De wijze waarop zij politiek bedreven, hun partijen vormgaven en leiding gaven aan het land, is voor mij een bron van voortdurende studie en inspiratie geweest. Met name heb ik meer gelezen over Jan Terlouw en Hans Wiegel, met hun vermogen om van hun partijen echte volkspartijen te maken, waren boegbeelden. Hun carrières roepen de fundamentele vraag op: waarvoor doe je het politieke werk? Hun antwoorden, zichtbaar in hun daden en woorden, bieden waardevolle lessen voor de democratische groei van Curaçao, dat immers hetzelfde democratische systeem heeft als Nederland.

De in-directe invloed van deze politici op de Caribische delen van het Koninkrijk is een complex, maar belangrijk aspect van hun nalatenschap.

Article content

Frits Korthals Altes (VVD) had als Eerste Kamerlid expliciet Antilliaanse aangelegenheden in zijn portefeuille, wat duidt op directe parlementaire betrokkenheid bij wetgeving en beleid relevant voor de eilanden.

Article content

Hans Wiegel (VVD) was als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Agt I (1977-1981) medeverantwoordelijk voor Koninkrijksrelaties. Een foto van een persconferentie met de toenmalige premier van de Nederlandse Antillen, Boy Rozendal, in januari 1978 getuigt van directe contacten op het hoogste niveau. Het beleid dat in die periode werd gevoerd, had ongetwijfeld impact op de toenmalige Nederlandse Antillen.

Article content

Hans van den Broek (CDA), als langjarig minister van Buitenlandse Zaken, was verantwoordelijk voor het buitenlands beleid van het gehele Koninkrijk. Hoewel de portefeuille Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken destijds bij een andere minister was belegd (Jan de Koning in het kabinet-Lubbers II), is het evident dat het buitenlands beleid en de internationale positie van het Koninkrijk alle delen raken.

Article content

Voor Jan Terlouw, Frits Bolkestein en Jaap van der Doef is directe beleidsverantwoordelijkheid voor de Antillen minder expliciet gedocumenteerd in de beschikbare bronnen. Echter, hun invloed op de Nederlandse democratie, het politieke bestel en de kwaliteit van het bestuur binnen het Koninkrijk als geheel is onmiskenbaar relevant.

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de juridische en politieke basis voor de relaties, en de gezondheid en het functioneren van de Nederlandse democratie stralen onvermijdelijk af op de perceptie en de werking van de democratie binnen de Caribische landen.

Article content

De toekomst vormgeven

Het heengaan van deze generatie politici markeert een overgang, maar hun nalatenschap biedt een rijk fundament waarop verder gebouwd kan worden, zowel in Europees Nederland als in de Caribische delen van het Koninkrijk, (ook voor men die denkt dat de politici hier niks weten van een wereldwijde historie is dit een column lesmateriaal).

De kernprincipes die hun politieke handelen leidden, blijven van onverminderde relevantie. Denk aan Jan Terlouws niet aflatende nadruk op vertrouwen, duurzaamheid en de zorg voor toekomstige generaties, Hans Wiegels instinctieve verbinding met de mensen in het land en zijn vermogen om complexe zaken helder te communiceren, Frits Bolkesteins intellectuele scherpte en de moed om controversiële, maar belangrijke themas aan te kaarten, Frits Korthals Altes onwrikbare toewijding aan de rechtsstaat en deugdelijk bestuur, Hans van den Broeks diplomatieke vaardigheid en visie op internationale samenwerking, en Jaap van der Doefs praktische bestuurszin en aandacht voor de noden van de gewone man.

Article content

Hun politieke vakmanschap – variërend van debattechniek en strategisch denken tot het vermogen om partijen te bouwen, te leiden en door crises te loodsen – biedt een schat aan casuïstiek voor huidige en toekomstige leiders in het Koninkrijk.

Het is een oproep om de positieve aspecten van hun erfenis te integreren in de hedendaagse politieke praktijk, met oog voor de veranderde tijden en de specifieke contexten waarin geopereerd wordt.

Article content

Voor Curaçao en de andere eilanden betekent dit niet het blind kopiëren van Nederlandse modellen, maar een kritische reflectie op wat toepasbaar en waardevol is. De politieke cultuur, de schaalgrootte en de historische achtergrond van de Caribische landen verschillen significant van die van Europees Nederland. Het creëren van volkspartijen op Curaçao, bijvoorbeeld, heeft andere strategieën binnen koloniale effecten en een andere benadering vereist dan in Nederland destijds.

De erfenis van deze politici is dus geen blauwdruk, maar een rijke bron van reflectie en selectieve adaptatie, een spiegel waarin men de eigen uitdagingen en mogelijkheden scherper kan zien.

De wereld waarin deze politici hun stempel drukten, verschilt in veel opzichten van de huidige: de globalisering heeft zich verdiept, digitale media hebben het politieke landschap getransformeerd, en de klimaatcrisis is een existentiële urgentie geworden. Desondanks blijven de kernkwaliteiten van staatsmanschap – visie, integriteit, het vermogen om te verbinden, verantwoordelijkheidsgevoel en dienstbaarheid aan het algemeen belang – tijdloos en onmisbaar.

Article content

Hun levens bieden een studie in hoe leiderschap zich manifesteert te midden van grote maatschappelijke en politieke veranderingen. Dit is een blijvende les voor elke politicus, waar ook ter wereld, die streeft naar het versterken van de democratie en het dienen van de gemeenschap. De stoel van de toekomst, een concept dat Jan Terlouw introduceerde om het belang van volgende generaties te benadrukken, blijft een krachtige metafoor voor het verantwoordelijke leiderschap dat nu, wellicht meer dan ooit, nodig is.

Article content

Een erfenis als kompas

Het recente heengaan van Jan Terlouw, Hans Wiegel, Frits Bolkestein, Frits Korthals Altes, Hans van den Broek en Jaap van der Doef sluit een belangrijk hoofdstuk in de Nederlandse politieke geschiedenis en de geschiedenis van het Koninkrijk net zoals Ruud Lubbers, Dries van Agt, Dominico Don Martina, Henny Eman, Roy Markes, Joy Alberto, en noem maar op.

Deze mannen waren meer dan politici; zij waren vormgevers van een tijdperk, architecten van partijen en, in veler ogen, staatslieden die met visie en daadkracht de koers van Nederland en zijn overzeese partners mede hebben bepaald. Hun gezamenlijke nalatenschap is er een van democratische verdieping, partijpolitieke transformatie, het hoofd bieden aan crises en het dragen van verantwoordelijkheid op nationaal en internationaal niveau.

Voor politici in het Caribisch deel van het Koninkrijk, en specifiek voor een politicus uit Curaçao zoals wij, biedt hun leven en werk een rijke bron van inspiratie en kritische reflectie. De wijze waarop zij hun partijen omvormden tot brede volksbewegingen, hun omgang met de complexiteit van het landsbestuur, hun standvastigheid in het aangezicht van controverses, en hun blijvende invloed, zelfs na hun actieve politieke loopbaan, houden belangrijke lessen in. Deze lessen gaan over leiderschap, over de essentie van politiek werk – het dienen van de gemeenschap en het waarborgen van een rechtvaardige en democratische samenleving – en over de kunst van het staatsmanschap.

De uitdaging voor de huidige en toekomstige generaties leiders binnen het Koninkrijk is niet om deze voorbeelden blindelings te volgen, maar om de tijdloze principes van goed bestuur, integriteit en democratische betrokkenheid te vertalen naar de eigen, unieke context.

Article content

Voor Curaçao betekent dit het bouwen aan een robuuste democratie die geworteld is in de eigen cultuur en geschiedenis, maar die tegelijkertijd leert van de ervaringen binnen het bredere Koninkrijksverband, zoals Dr. Moises Frumencio Da Costa Gomez altijd voor bewaakte.

De erfenis van deze Nederlandse politici is geen eindpunt, maar een kompas dat kan helpen navigeren op de weg naar verdere democratische groei en welvaart voor alle burgers van het Koninkrijk. Hun voorbeeld zal blijven resoneren, als een aansporing om de democratie te koesteren, te versterken en door te geven aan hen die na ons komen.

Article content

— EINDE —

[Meer informatie over]

Article content

Gwendell Mercelina Jr. – is een voormalig lid van het parlement van Curaçao (2021-2025) met een diverse achtergrond die service management, advisory, consultancy, media, communicatie en rechten omvat. Hij is een voorvechter van mensenrechten, oprichter van de WE LEAD Foundation en is mede-oprichter van The Parliamentary Observatory on Climate Change and Just Transition (OPCC), lid van organisaties zoals Parliamentarians for Global Action en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Mercelina heeft zich sterk gemaakt voor openbare dienstverlening en gemeenschapsontwikkeling, en heeft leiderschap getoond in mensenrechten, duurzaamheid, innovatie, jeugdontwikkeling, arbeid en onderwijs, en heeft een bewezen succesvolle staat van dienst in het stimuleren van initiatieven die Curaçao ten goede komen.

g.mercelina@gmail.com | +5999-513-0101


Discover more from WENSHOW

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply